Rust na Arbeid

Ven-Zelderheide

Ronde stenen beltmolen

  • Molenaar: Ludger Pauls (0485-515789)
  • Adres: Kleefseweg 59a, 6599 AB Ven-Zelderheide
  • Open: za 13.00-17.00u
  • Meer informatie over deze molen vind je in de molendatabase

 

De molen werd in 1881 op het Vensche Veld aan de weg van Ottersum naar de Duitse grens gebouwd, in opdracht van Eduard Benedictus van den Boogaard, molenaar en winkelier in Gennep. Deze bleef er tot 1892 en verkocht toen molen met huis en erf aan Johannes Matheus Hubertus Coopmans, molenaar te Vierlingsbeek. 

Coopmans verhuisde naar Ven-Zelderheide, waar hij het bedrijf tot bloei bracht. In 1896 liet hij bij de molen een bakkerij bouwen, waarin hij zijn bakgoed, zoals tarwemeel en vooral roggemeel, afzette. De molen had in die tijd drie koppel stenen. 

 

1911 was een jaar met tegenslag. Tijdens een onweersbui brak een gedeelte van de houten askop af en bij de val werd de houten roede vernield. De houten as werd toen vervangen door een gietijzeren en er werden twee nieuwe Belgische roeden gestoken.

Coopmans had twee zonen, die beiden op de molen werkzaam waren. Zoon Jean werd later eigenaar van de windmolen "De Reus" in Gennep en Lambert erfde de molen op Zelderheide. 

 

Lambert Coopmans breidde de molen in 1930 aan de voorzijde uit met een pakhuis. Hiervoor werd een gedeelte van de molenberg weggegraven. Hij plaatste in het linkergedeelte de maalstoel met een koppel 15der kunststenen, die eerst onderin de windmolen stond en schafte een nieuwe dieselmotor aan. Deze motor deed dienst tot 1943 en werd toen vanwege gebrek aan brandstof vervangen door een elektromotor. In hetzelfde jaar werd het gevlucht door de firma Van Bussel uit Weert van stroomlijnwieken voorzien. 

 

In 1943 kwam Adrianus Ferdinandus Constantinus Kock uit Oosterhout (N.B.) als knecht op de molen werken. Hij had er als 23-jarige tevens een veilig onderduikadres. In 1948 werd hij eigenaar; in 1952 schafte hij een kleine elektrische hamermolen van Van Aarsen uit Panheel aan voor het malen van veevoer om niet bij de nieuwe ontwikkelingen op dat gebied achter te blijven. De motor-maalstoel werd daarvoor verwijderd; de windmolen bleef echter nog regelmatig in bedrijf voor het malen van bakrogge en wat loongemaal. Kock liet zelfs nog in 1958 door de molenmaker Hub. Beijk uit Afferden, die met zijn broer Harrie in 1943 de Van Bussel-stroomlijnwieken had gemaakt, remkleppen op de wieken aanbrengen.

 

Het maalbedrijf werd in 1969 om gezondheidsredenen stilgelegd. 

In 1970 verkocht Kock de molen aan de pottenbakker Geert Jacobs, die zich in Ottersum had gevestigd. Ottersum was bekend om zijn pottenbakkerijen; Poell vermeldt ze reeds in 1851. De machines verdwenen vervolgens uit het pakhuis evenals een koppel Duitse stenen uit de windmolen, om atelier- en woonruimten te scheppen. Er bleef alleen een koppel kunststenen over.

De belangstelling van Jacobs voor het molenatelier was van korte duur. De molen werd verlaten en geraakte in verval. 

 

In 1977 verkocht Jacobs de molen aan C. Verhoeven te Nijmegen, die er een bistro in wilde vestigen. Hiervoor waren bouwkundige voorzieningen nodig: aan de achterzijde werd de molenberg voor de toetreding van daglicht doorbroken en een mechanische ventilatie aangebracht. 

 

De bistro-plannen werden nooit verwezenlijkt en op 21 januari 1987 werd de molen openbaar verkocht aan Franciscus Lenssen te Gennep, die in de inmiddels onttakelde molen ging wonen. 

Later werd de molen verkocht aan Ludger Pauls en toen braken er betere tijden aan: in 2004 werd de molen geheel gerestaureerd, zodat deze er nu weer prachtig bijstaat.

 

Een bijzonder constructiedetail: het bovenwiel heeft acht plooistukken.