Martinus

Beugen

Ronde stenen beltmolen

  • Molenaars: Harm van Es (0485-578613),Marko Sturm en Pieter Aarts (0485-573616)
  • Adres: Molenstraat 24, 5835 AZ Beugen
  • Open: wo 9.30-12.30u en za 9.30 - 13.00u
  • Meer informatie over deze molen vind je in de molendatabase

 

In 1866 werd door Bartholomeus Heijs, eigenaar van standerdmolen De Heidebloem (gelegen aan de spoorlijn Nijmegen-Venlo tussen Beugen en Rijkevoort), aan de gemeente toestemming gevraagd om op het Viltse Veld te Beugen een stenen beltmolen te mogen bouwen. In 1868 kwam die molen gereed.

Uit bouwhistorisch onderzoek is gebleken dat bij de bouw gebruik is gemaakt van onderdelen afkomstig van een wipmolen. Uit onderzoek aan de draagbalk van de koningspil is gebleken dat deze wipmolen ongeveer van het jaar 1702 geweest moet zijn. Vele onderdelen zijn nog van de wipmolen, dit is duidelijk te zien aan het bovenwiel, de schijfloop en de kapspanten.

Er zijn nog meer onderdelen in deze molen hergebruikt: op één van de zolders zijn nog houten roeden als afzetting te zien, maar of dit fragmenten uit de eigen roeden zijn is niet bekend. 

 

In 1917 werd de molen verkocht aan Martinus van den Berg, tot die tijd mulder te Sambeek. Ruim dertig jaar later volgde Gerrit van den Berg zijn vader op. Gerrit heeft het molenaarsvak tot in 1955 uitgeoefend. Daarna stond de molen stil en raakte langzaam maar zeker in verval.

 

In 1974 heeft de gemeente Boxmeer de molen gekocht; in 1977 volgde opdracht tot restauratie aan molenmaker Beckers uit Bredevoort. 

 

In 1978 werd de restauratie voltooid en werd de molen op 16 september in dat jaar feestelijk geopend. Sindsdien werd de molen draaiende gehouden door vrijwillige molenaars. De eerste jaren door Theo van Bergen en later door Frits Harteman en Hans Heijs, de laatste achterkleinkind van stichter Bartholomeus Heijs. Vervolgens maalde Ben Verheijen hier.  

 

De Martinus is in 1996 gerestaureerd in verband met aantasting van cruciale balken door bonte knaagkevers. Dankzij een moderne conserveringsmethode op basis van verhitting van het hout en restauratie met epoxyhars konden de authentieke (wipmolen)onderdelen behouden blijven.