Mariamolen

Haps

Zeskantige beltmolen

  • Molenaars: Don Werts (0485-322460), Robert en Sytske Verkerk (0485-313647)
  • Adres: Cuijkseweg 19, 5443 PA Haps
  • Open: za/zo 15.00-18.00u
  • Meer informatie over deze molen vind je in de molendatabase

 

In 1794 werd door de familie Manders een standerdmolen gebouwd aan de weg naar Cuijk. Waarschijnlijk is deze door brand verloren gegaan, want reeds in 1802 verscheen aan de overkant van de weg schuin tegenover de locatie van de standerdmolen de nu nog bestaande Mariamolen.

Bij de bouw werd destijds gekozen voor het type grondzeiler (wieken en staart bedienbaar vanaf het maaiveld). Er werd geen gebruik gemaakt van onderdelen van de oude standerdmolen (vandaar het vermoeden dat deze laatste is afgebrand). Wel was de molen opvallend simpel en op een standerdmolen gelijkend ingericht: één koppel stenen, dat rechtstreeks vanaf het bovenwiel werd aangedreven. 

 

In 1859 is de molen verhoogd tot beltmolen. Sommigen stellen dat de molen door de bouw van omringende huizen (zoals het molenaarshuis, dat nu nog schuin tegenover de molen staat) te weinig wind kreeg. Anderen beweren dat deze molen niet verhoogd werd voor meer wind, maar om meer mogelijkheden te verkrijgen. Bij die gelegen is de molen namelijk omgebouwd tot een meer gebruikelijke korenmolen met een spoorwiel en drie, in plaats van één koppel stenen. Ook het luiwerk moet uit dat jaar dateren. 

 

Met nog enkele wisselingen van eigenaar is de Mariamolen de jaren doorgekomen. In de Tweede Wereldoorlog fungeerde de molen nog als schuilplaats voor de lokale bevolking.

Uiteindelijk kwam hij in handen van het bekende molenaarsgeslacht Wagemans. De laatste telg uit het geslacht deed de molen over aan zijn neef Piet Peters. Deze verkocht de molen in 1969 aan de gemeente Haps, maar bleef er wel molenaar. Dit hield hij vol tot 1998, waarbij hij de laatste jaren werd geassisteerd door diverse vrijwillige molenaars.

 

In 1972 kreeg de molen een fikse opknapbeurt. Hierbij werd toen wel het aanwezig Van Busselsysteem vervangen door Oudhollands. Voor de restauratie was de askop rood met wit, het verbusselde wiekenkruis geheel grijs en de staart licht grijsgroen van kleur.

 

Als gevolg van een gemeentelijke herindeling in het Land van Cuijk ging de molen later in eigendom over naar de gemeente Cuijk.

Trivia:

De molen was vroeger uitgerust met stroomlijnwieken, systeem Van Bussel. Eind jaren ’40 begon men remkleppen in de stroomlijn te plaatsen, in het zuiden des lands vooral door molenmaker Beijk uit Afferden toegepast. In 1950 bezocht Jan Verhagen, toen molenaar in Borkel en Schaft, deze molen om de werking van de remkleppen eens te bekijken. Verhagen kwam bij de molen, die zonder zeilen bij een flinke wind goed doorliep. Karel Wagemans, de molenaar van de Mariamolen, vroeg aan Verhagen: “Wil ik hem nu eens rond in de top leggen?”

“Doe dat toch niet,” antwoordde Verhagen, “want alles loopt kapot.”

“Dat zal ik je eens laten zien”, zei Wagemans. De molen maalde met volle zeilen, er gebeurde... niets. De remkleppen hielden de molen mooi in toom. Wagemans vond de remkleppen een minstens zo grote verbetering als de Busselneuzen.