Bovenste Plasmolen

Plasmolen

Midden- en bovenslag watermolen

  • Molenaars: Karel Siebers (024-6963357) en Peter Pouwels (024-3974266)
  • Machinist: Theo van de Berg
  • Adres: St. Maartensweg 1, 6586 AM Plasmolen
  • Open: mei t/m okt iedere 2e zondag van de maand 11.00-16.00u
  • Meer informatie over deze molen vind je in de molendatabase

 

De exacte ouderdom van de Bovenste Plasmolen is onbekend, maar mogelijk deed hij al in de vijftiende eeuw dienst. Het muurankerjaartal 1725 geeft aan dat er in dat jaar een verbouwing heeft plaats gevonden. Oorspronkelijk was de Bovenste Plasmolen ingericht voor het maken van papier; in 1846 werd hij echter omgebouwd voor het malen en pellen van graan.

De twee koppels maalstenen worden via een drievoudige overbrenging aangedreven door een groot ijzeren waterrad. Dit waterrad wordt gebruikt als midden- en als bovenslagrad. Het water voor de middenslagaandrijving komt van de nabij gelegen Molenvijver. Het water voor de bovenslagaandrijving komt via een beek en een lange goot van het hoger gelegen Groene Water.

Daarnaast is het mogelijk de (inmiddels antieke en bijzondere) benzinemotor uit 1901 als hulpkracht voor één van beide koppels te gebruiken.

 

Alphons Verouden

Alphons Verouden was de laatste molenaar op de Bovenste Plasmolen. Hij kwam uit een familie van molenaars; zijn overgrootvader Gradus van Uum en grootvader Karel van Uum waren de molenaars op de Onderste Plasmolen.

Alphons vader, Willem Verouden, was vanaf 1880 molenaar op de windmolen in Plasmolen. In 1910 begon Alphons als molenaar op deze windmolen, en later werd hij watermolenaar op de Bovenste Plasmolen.

Verouden stond tot ver in de omstreken bekend als hardwerkend en bekwaam molenaar. Hij was vermaard voor het vakkundig scherpen van de molenstenen, waardoor het meel koud in de zakken viel. Daarnaast verwierf hij zijn goede naam door de snelheid waarmee de maalopdrachten uitgevoerd werden. Daarbij werd vaak de hele familie ingezet. Zijn dochter Elly kan zich hiervan nog veel herinneren. Elly Giesbers-Verouden (geboren in 1917) heeft door haar kennis van de Bovenste Plasmolen een belangrijke rol gespeeld bij de restauratie hiervan.

Verouden heeft de Bovenste Plasmolen tot in de Tweede Wereldoorlog bemalen. 0p 18 oktober 1944 is hij door een granaatscherf om het leven gekomen. De Bovenste Plasmolen liep in 1944 oorlogsschade op en werd sindsdien niet meer gebruikt. De herinnering aan Alphons Verouden leeft voort met het behoud van de Bovenste Plasmolen.

 

Restauratieplannen

Rond 1990 bevond de Bovenste Plasmolen zich in een zorgwekkende staat: de meeste gangwerken en de benzinemotor verkeerden nog in redelijke conditie, maar molenhuis en waterrad waren in verval geraakt. Hoewel de molenvijvers en -beken nog aanwezig waren, was de loop van de beken enigszins gewijzigd.

Voor het herstel werd in 1995 de Stichting Bovenste Plasmolen 1725 in het leven geroepen. Deze werd opgericht voor de organisatie van de restauratie en om een perspectiefvolle toekomst van de watermolen te garanderen. De stichting beheert de watermolen; de twee molenvijvers, molenbeken en stuwkolk zijn eigendom van de Vereniging Natuurmonumenten. 

De Stichting verwierf subsidies voor de molenrestauratie bij diverse instanties, zoals het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, de Provincie Limburg en de Gemeente Mook en Middelaar. Daarnaast zijn donaties ontvangen van enkele fondsen en particulieren, waaronder het Prins Bernhard Cultuurfonds, de M.A.O.C. Gravin van Bylandt Stichting en het V.S.B. Fonds.

 

Herstel

In 1999 is een start gemaakt met de restauratie: hierbij werden de vijvers en waterlopen door Natuurmonumenten weer in ere hersteld. De restauratie van molen met aandrijving is uitgevoerd door architect Geer Selen en molenbouwer Harrie Beijk. Hierbij is het muurwerk van het molengebouw opnieuw hersteld zonder hierbij de karakteristieke kenmerken van vroegere verbouwingen, verzakkingen en beschadigingen door oorlogsschade weg te werken. Door gebruik te maken van moderne polymeertechnieken heeft men de zijn oude bintbalken kunnen behouden. Het pannendak, de gietijzeren ramen, de deuren, vloeren en trappen zijn echter geheel of gedeeltelijk vernieuwd. De ijzeren gangwerken, inclusief lagers en de tandwielen, zijn hersteld, maar het oude vervallen waterrad met een doorsnede van 7.2 meter is vervangen door eenzelfde ijzeren geklonken rad met 80 schoepen. Er is een nieuwe stuwkolk met een maalsluis aangebracht en ook de op hoge bokken bevestigde kanjel met losklep is opnieuw geplaatst. 

De twee koppel stenen zijn gedeeltelijk vervangen voor Duitse Blauwe 14der stenen, hierbij heeft het rechter of achterste (motor)koppel nog een originele blauwe steen als loper, met een dikte van 46 cm. De andere stenen zijn gebruikte blauwe stenen, die gedeeltelijk zijn opgestort. Ook de in de molen aanwezige motor is geheel gereviseerd in de werkplaats van de NS.

 

Toekomst

De Bovenste Plasmolen zal in maalvaardige toestand worden gehouden en bij tijd en wijle worden gebruikt. De watermolen zal in de zomer een aantal dagen worden opengesteld en zal in bedrijf te bezichtigen zijn op de nationale Monumenten- en Molendagen. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling van de watermolen een commercieel werkende molen te maken: het geproduceerde meel wordt gebruikt als veevoer.

Met betrekking tot de aantasting van de molenbiotoop is beperkte in bedrijfstelling en enige publieke belangstelling in goede overeenstemming met het doel van de Stichting Bovenste Plasmolen 1725 en dat van de Vereniging Natuurmonumenten.